Wethouder Groot Wassink: ‘Misschien had ik zwaarder de noodklok moeten luiden.’

Afgelopen woensdag moest de Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink (Diversiteit, GroenLinks) zich wederom verantwoorden voor de manier waarop het rapport Actieonderzoek Anti-Discriminatie LHBTIQ+ naar buiten werd gebracht.

Groot Wassink had in september 2021 ook al ontkend het rapport te hebben achtergehouden omdat de inhoud ervan hem niet beviel. Hij had het rapport tijdens het reces naar de raad gestuurd, terwijl het rapport reeds op 1 februari af was.

Hier was volgens Groot Wassink een heldere verklaring voor: het rapport zou gebundeld met andere rapporten richting de gemeenteraad worden gestuurd. Dit is volgens afspraak voor de zomer gebeurd.

‘Ik heb het rapport op 7 juni voor het eerst gezien en meteen akkoord gegeven voor verzending naar de raad,’ aldus de wethouder. 

Er kwamen nieuwe vragen nadat De Telegraaf eind december via een WOB-verzoek het appverkeer van de wethouder inzag. Op basis daarvan concludeerde de krant dat Groot Wassink zich bij het verschijnen van het rapport in juli expres onbereikbaar had gehouden. Volgens de krant omdat de inhoud van het rapport de wethouder niet welgevallig was.

Inmiddels heeft de wethouder de vragen van de gemeenteraad beantwoord (‘een stekelig debat’, volgens NHNieuws), hangt er een (overigens vrij kansloze) motie van wantrouwen boven zijn hoofd en probeert hij de media ervan te overtuigen dat het tegendeel waar is: de wethouder heeft niets proberen te verbloemen of achter te houden en hij is druk bezig geweest de aanbevelingen uit het rapport in de praktijk te brengen. ‘Maar,’ zo zei de wethouder tijdens het debat, ‘De volgende keer ben ik in het land en beschikbaar.’

Onze hoofdredacteur Rick van der Made sprak met de Amsterdamse wethouder Diversiteit Rutger Groot Wassink. 

Laten we niet te veel in allerlei details of welles-nietes vervallen: het komt op velen allemaal niet heel handig over hoe het met het rapport gegaan is.

Ik herken me niet in het beeld dat in sommige media geschetst wordt dat ik mij onwelgevallige conclusies wilde achterhouden. Ik heb daar zowel in september als afgelopen woensdag duidelijkheid over gegeven.

Het is een heftig rapport, het greep mij aan, maar ik was er niet door verrast. Ik heb steeds aangegeven dat, ondanks de harde conclusies, ik blij ben met het rapport. Het herbevestigt zaken die we al langer wisten: dat jongeren met een migratieachtergrond dominant zijn als daders van anti-LHBTIQ+discriminatie. Ik heb geen enkele moeite met deze conclusie. En ik heb daar nooit moeite mee gehad.

Binnenkort zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Speelt GroenLinks rechts op deze manier niet in de kaart? Van Haga die kamervragen stelt, JA21 die het in de raad voor LHBTI+ opneemt.

Links heeft – soms als reactie op rechts – inderdaad soms te veel vergoelijkend opgetreden. Dat erken ik. Maar dat is niet wie ik ben. Ik herken mij niet in het beeld dat iets in het rapport voor mij taboe zou zijn. Ik heb het rapport zonder aanpassingen naar de raad gestuurd. Ik heb geen enkele opmerking bij de conclusies gezet. En dan is het inderdaad lastig als het beeld ontstaat van een bestuurder of partij die wil vergoelijken en wegmoffelen. Als wethouder houd ik me vooral bezig met beleid en minder met de vraag hoe politieke partijen zich tegenover dat beleid zouden kunnen gedragen. Ja, misschien ben ik me daar te weinig bewust van geweest.  

HP de Tijd schreef ooit dat Gaykrant met haar verkiezingspolls ‘de landelijke trends haarfijn aanvoelt’. Onder homo’s is de PVV inmiddels de grootste partij.

Dat snap ik wel.

Maar?

Het is te gemakkelijk ‘dé islam’ de schuld te geven. Dan wordt er te simpel omgegaan met wat de islam is: dat iedere moslim anti-LHBTIQ+ is. Dat is niet waar. Ja, er zijn stromingen die fel anti zijn en het is goed om daar open over te zijn en dit te bespreken en te bestrijden, maar de cijfers laten zien dat de acceptatie toeneemt. Ook binnen de moslimgemeenschap lopen net zoveel LHBTIQ+ers rond als daarbuiten, en dat weten ze. Ook moslims behoren tot de community. Ik ken LHBTIQ+moslims en LHBTIQ+moslimorganisaties zoals Pink Marrakech en Maruf. Hun positie moeten we versterken. We mogen nooit of te nimmer inboeten aan de tolerantie jegens LHBTIQ+ers. Dat mag nooit of te nimmer ter discussie staan.

‘Bestrijden en opvoeden,’ hoorde ik je grosso modo tijdens het debat en bij M zeggen.

Zeker. Repressie is een belangrijk onderdeel. Hate crimes zwaarder straffen. Cameratoezicht, zoals na het bekladden van de fototentoonstelling over twintig jaar openstelling burgerlijk huwelijk. Tuurlijk. Daar houdt de burgemeester zich ook mee bezig. Maar repressie leidt niet tot meer acceptatie, en zoals eerder gezegd: daarover valt niet te onderhandelen. Dus doen we zoveel meer. We gaan overal het gesprek aan, we hebben contacten met honderden instellingen in de stad, we geven constant voorlichting op scholen. We moeten LHBTIQ+ als iets ‘normaals’ maken. Iets dat geen enkele wrijving oproept.

‘De volgende keer ben ik in het land en beschikbaar,’ zei je aan het einde van het debat. Ik dacht toen: ‘Wat als Groot Wassink nu homo was geweest? Zou hij dan anders gereageerd hebben? Alerter?’

Misschien had ik zwaarder de noodklok moeten luiden, ja. Nu vind ik wel dat de LHBTIQ+acceptatie niet alleen een zaak van de LHBTIQ+gemeenschap zelf moet zijn, maar van ons allemaal, dus ook van mij als cis-heteroman. En ook al ben ik geen ervaringskundige als het om LHBTIQ+gevoelens gaat of de discriminatie daartegen, ik wil wel met elke vezel in mijn lichaam strijden voor acceptatie en gelijkheid en tegen welke vorm van discriminatie dan ook. Elke vorm van discriminatie is verwerpelijk. Er is geen antwoord op wie het ergst gediscrimineerd wordt, of welke impact het grootste is.

Nee, akkoord, maar de LHBTIQ+gemeenschap is over het algemeen een heel lieve, aardige en misschien daardoor ook wel extra kwetsbare groep. Wij hebben geen roze maffia, wij zijn geen draaideurcriminelen, wij roepen niet op tot geweld. Moet daar dan niet wat meer bescherming voor komen?

Ja. En dat wil ik heel graag samen met de regenbooggemeenschap doen.

Zonder in een discussie over semantiek te willen vervallen: in je bewoordingen koos je consequent voor het woordje ‘ook’: ‘Anti-LHBTIQ+geweld komt ook bij jongeren met een migratieachtergrond voor,’ hoorde ik je regelmatig zeggen. Dat is misschien niet iets wat de regenbooggemeenschap wil horen.

Ik bedoelde dat niet als uitvlucht. Er zijn meer groepen in Nederland die niet staan te juichen als het om de regenbooggemeenschap gaat. Ik kom zelf uit het oosten van het land, en daar was de acceptatie van homo’s ook niet optimaal. Maar je hebt gelijk, we moeten de LHBTIQ+acceptatie bij migrantengemeenschappen op alle vlakken versterken, zonder de taaie materie te verbloemen. En ondanks de enorme inzet, ondanks de budgetten kun je jezelf altijd de vraag stellen: ‘Is het genoeg?’ En het antwoord zal altijd zijn: ‘Nee, waarschijnlijk niet.’

En dat kunnen we als bestuurders ook niet alleen. Daar hebben we iedereen bij nodig. De LHBTIQ+acceptatie is een permanent onderhoud. Kijk naar de transgemeenschap binnen de regenbooggemeenschap: die emancipatie en maatschappelijke acceptatie is niet te vergelijken met die van de witte homoman. We hebben als overheid vorig jaar pas excuses gemaakt aan de trans – en interseksegemeenschap. We hebben echt nog wel een weg te gaan, en dat wil ik doen door allerlei netwerken en samenwerkingsverbanden op te zetten, naar suggesties te luisteren, zichtbaarheid te vergroten, en door elkaar te ontmoeten, want daar ligt voor mij toch echt de sleutel. Ja, er is nog een lange weg te gaan, maar ik ben hoopvol.

 Tofik Dibi of Nassiri Belaraj aanstellen als wethouder Diversiteit?

 Ik vind het een prima idee.

*

Klik hier om de uitzending van M met wethouder Groot Wassink terug te kijken.

 

•••

Adverteren op Gaykrant en daarmee onafhankelijke journalistiek met een regenboograndje mogelijk maken?

Klik hier voor meer informatie!

 

One thought on “Wethouder Groot Wassink: ‘Misschien had ik zwaarder de noodklok moeten luiden.’

  1. Huib Janssen schreef:

    Wat goed van Rick van der Made dat hij de wethouder wijst op het woordje “ook”: Anti-LHBTIQ+geweld komt ook bij jongeren met een migratieachtergrond voor. Op deze wijze wordt het probleem keer op keer gebagatelliseerd: In Urk doen ze het ook! Maatregelen gericht op de moslim gemeenschap zoals bv overleg met moskeeën en voorlichting specifiek op islamitische scholen is hard nodig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.