Kleurrijke Henk Winters, wereldberoemd in West

Vandaag bereikte de redactie het nieuws dat de Amsterdamse gay activist van het eerste uur Henk Winters is overleden. Hij was al enige tijd ernstig ziek. Vrienden van hem reageerden geschokt. Kort voor zijn overlijden had de Gaykrant een uitgebreid interview met hem. Het volledige gesprek zal in juni in het magazine ‘Queer Bos en Lommer’ verschijnen. Dat hij zou overlijden wist hij. Daarom had hij in de stad waar hij bijna vijftig jaar woonde, één droom: als standbeeld terugkomen in Amsterdam.

Tekst en foto: Paul Hofman

De naam Henk Winters (73) is onverbrekelijk verbonden met Amsterdam Oud-West. Al bijna vijftig jaar woont hij op een steenworp afstand van de Ten Kate markt. In ‘zijn’ buurt is hij een graag geziene gast. Als vrijwilliger in ondermeer buurthuis De Havelaar maakt hij door zijn tomeloze inzet en energie indruk. Zo groeit de kleurrijke Henk, die tot 2010 het Stadion Winters bestiert, uit tot een boegbeeld van LHBT+ Amsterdam-West.

In zijn volgestapelde appartement spreek ik met Henk. Hij blijkt een spraakwaterval te zijn die met humor vertelt over zijn leven. Maar wel met een verdrietige ondertoon: zijn naderende afscheid. Vorig jaar werd bij hem een kwaadaardige tumor ontdekt. “Mijn artsen hebben me opgeven.” Henk is echter vastbesloten: “ik ga nog van iedere dag genieten.” En dat doet hij met overgave. Zijn geplande afscheidsborrels worden feesten.

Magisch

Oud-West speelt een belangrijke rol in zijn leven. Zo belandt hij eind jaren zestig in de Borgerstraat. “Oud-West was een verpauperde buurt met veel afbraakpanden.” Amsterdam heeft al van jongs af aan een magische aantrekkingskracht op hem. Het zijn de wilde jaren zestig. Amsterdam is in de flower power jaren het wereldcentrum van seks, drugs en rock-and-roll. Die vrijheid wil hij ieder uur vieren.

Hoe hij hier terechtkwam? “Ik was net 26 toen ik hier kwam wonen. Ik ben letterlijk mijn vorige woonplaats Baarn uitgezet. “Na de middelbare school kreeg ik werk als ambtenaar bij deze gemeente. Ik woonde daar voor het eerst alleen en dronk en blowde in mijn vrije tijd. Nadat de politie had ontdekt dat ik ‘het’ deed met een jongen van twintig. Dat was toen nog strafbaar. Ik was toen zelf 23.” In die jaren was artikel 248 bis van het wetboek van strafrecht van toepassing waarin het voor homo’s was verboden seks te hebben met een minderjarige. “Dat heeft ervoor gezorgd dat ik gedwongen uit de kast kwam.” Politie-agenten bellen zijn ouders en vertellen hen dat hij homofiel was. Het hele dorp is in rep en roer. Henk wordt persona non grata en reist met een koffer zijn droom achterna en belandt in Amsterdam.

“Door die aanhouding kon ik mijn beginnende loopbaan als ambtenaar op het lijf schrijven”

Artikel 248bis

“Door die aanhouding kon ik mijn beginnende loopbaan als ambtenaar op het lijf schrijven.” Hij slikt even. “Ongelooflijk he?” Niet verwonderlijk dat hij een vurig pleitbezorger wordt voor het afschaffen van artikel 248bis. Het actievoeren zit in zijn genen, zegt hij. “Als ik het er ergens niet mee eens ben, laat ik me zeker horen.” De actie is een groot succes: in 1971 wordt het gewraakte wetsartikel afgeschaft. Vrienden zeggen dat hij best wel burgemeester had kunnen worden. Het loopt echter anders.

Nacht

Kort na zijn verhuizing naar Amsterdam wordt Henk jongerenwerker in de Staatsliedenbuurt en een tijdje daarna krijgt hij een baan in Osdorp. Hij heeft het naar zijn zin. In de nacht stort hij zich vol overgave in de gayscene die al snel geen geheimen meer kent voor hem. “Je wilt niet weten wat ik heb meegemaakt, het was allemaal supervet.” De gayscene kent voor hem al snel geen geheimen meer. Lachend: “Nacht na nacht feesten en dansen en dan de volgende dag weer fris aan het werk.” De weg van disco naar darkroom is kort. Drugs zijn niet aan te slepen, van peppers naar poppers en van uppers naar downers. “Echt, niets was mij te gek.” Overdag werkt hij hard. Zijn werk is alles voor hem.

“Van peppers naar poppers en van uppers naar downers”

Ajax

Begin jaren tachtig verhuist Henk naar een nieuwbouwwoning waar hij nog steeds woont. Zijn huis is volgestouwd met televisies: van klein tot groot. Lachend: “In 1988 ben ik gestart met Stadion Winters, waar we met soms wel 60 mensen vanaf een ijzeren tribune in de huiskamer op al die schermen keken naar EK- en WK-wedstrijden.” Zijn ogen beginnen te glimmen. Vertelt dan: “Als klein jongetje zat Ajax al in mijn genen. Voetbal heeft me nooit losgelaten.” Zijn inzet voor de jongeren valt op en zo krijgt hij een baan in Osdorp. Hij heeft het naar zijn zin en in zijn vrije tijd is hij vaak te vinden in het gay uitgaansleven.

Drank en drugs

In de buurthuizen heeft niemand een probleem met zijn homoseksualiteit. Hij kan er volledig zichzelf zijn. Terugkijkend zegt hij dat drank en drugs een belangrijke rol in zijn leven speelden. Het nabijgelegen Vondelpark oefent een enorme aantrekkingskracht op hem uit. “Die hippietijd met duizenden slapende mensen in het park.”

“Mijn Amsterdam? Dat is de stad waar een gevoel van anarchisme altijd zal blijven bestaan”

Sportschool

Na het jongerenwerk richt hij met een compagnon een sportschool op. In korte tijd loopt het als een trein. Henk wordt zelfs sportmasseur. Bijna vijftien jaar bestaat het centrum. Henk kijkt met veel plezier terug op die tijd. Na dit zakelijke sportavontuur belandt hij als vrijwilliger in buurthuis De Havelaar. “De sfeer is gemoedelijk en het enthousiasme van de mensen is er zo groot. Als homo kan ik helemaal mezelf zijn. Echt fantastisch.” De Pindabrafu van Henk is hier een begrip geworden. Het is een Surinaamse pittige pindasoep. Al snel staat hij twee middagen per week achter de bar. Als vrijwilliger wordt hij het gezicht van de De Havelaar. Zo organiseert hij tal van activiteiten: van wijnproeverij tot eetavonden. Zonder Henk is geen activiteit compleet. Met het naderende afscheid doet hij het rustiger aan.

Roze hart in west

Zijn hart ligt in Oud-West. “In deze buurt gebeurde alles. Het bruiste. Ook wel op een negatieve manier. Het was niet altijd homo-vriendelijk, hoor. Zo ben ik weleens bedreigd en in elkaar geslagen. Je moest altijd opletten. Zo gingen ‘zijn’ jongens uit het buurtcentrum bijvoorbeeld potenrammen. “Toen was nog niet bekend dat ik homo was.” Het staat nog altijd op zijn netvlies gebrand. Zijn buurt is alles voor hem. “Er zijn zoveel leuke dingen te doen. Eigenlijk wil ik er niet meer weg maar ja, ik vecht elke dag tegen de kanker maar die strijd verlies ik binnenkort.” Wat mijn Amsterdam is? “Dat is de stad waar een gevoel van anarchisme altijd zal blijven bestaan. Een plaats ook waar iedereen welkom is: homo’s, vreemdelingen, vluchtelingen, hippies en ander gespuis.”

“Het was een bizar maar heel opwindend leven”

Onvermijdelijk

De onvermijdelijke dood komt snel dichterbij. Henk heeft zijn afscheid goed geregisseerd. Zo neemt hij van al zijn vrienden, familie en kennissen afscheid door afscheidsborrels te organiseren. De eerste is net achter de rug. Het wordt een grandioos feest met meer dan honderd gasten die ‘het leven vierden’. Henk in het Maxima-postzakjasje straalt. Goedkeurend bekijkt hij het optreden van twee artiesten. Tijdens zijn leven heeft hij niet alleen een voorliefde voor Ajax en jongens maar ook voor schlagers en Hollandse levensliedjes. Met pretoogjes: “Het was een bizar maar heel opwindend leven.”

Standbeeld

Al is Henk straks niet meer onder ons, hij komt weer terug, verzekert hij. “Als standbeeld bij de Dam.” Zijn lichaam stelt hij na zijn overlijden namelijk ter beschikking aan de tentoonstelling ‘Body Worlds’. Alles is al in kannen en kruiken. “Zo krijg ik het eeuwige leven en zullen mensen altijd plezier van mij hebben.” Zijn leven was een grandioze tijd. “Ik heb geleefd voor vijf.”

•••

Adverteren op Gaykrant en daarmee onafhankelijke journalistiek met een regenboograndje mogelijk maken?

Klik hier voor meer informatie!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.