Coos Huijsen: “Het is heerlijk om homo te zijn in Amsterdam”

Hoewel Coos Huijsen niet geboren is in Amsterdam, voelt hij zich na bijna vijftig jaar Amsterdammer in hart en nieren. Hier ontmoet hij de man van zijn leven, wordt rector, schrijver en strijder voor homorechten. Inmiddels nemen zijn boeken een boekenplank in beslag.

Tekst: Paul Hofman

Vanuit zijn studeerkamer heeft Coos een prachtig uitzicht op zijn oude school vlakbij de chique Beethovenstraat. Mijmerend: “Op het Gerrit van der Veen college begon ik als docent en eindigde daar eind jaren negentig als rector.” Ik spreek met hem over zijn leven, liefde, boeken en zijn niet aflatende strijd in het emancipatieproces van homo’s, zijn coming-out en zijn band met de Oranjes.

Spraakwaterval 

Coos oogt nog jong maar hij is inmiddels de tachtig gepasseerd. Hij blijkt een spraakwaterval te zijn die anekdote na anekdote vertelt over onder meer Amsterdam als homohoofdstad, en de gay geschiedenis. “Nederland is geslaagd als roze gidsland maar sociaal-cultureel is er nog een wereld te winnen.”

Als jongetje brengt hij zijn jeugd door op het christelijke Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee. Hij is pas twee jaar als Coos als zijn ouders scheidden. Daarover zegt hij zachtjes: “Dat ongemak heeft in hoge mate mijn jeugd bepaald.” Zijn moeder en grootouders nemen de opvoeding ter hand. Hij is een rustig jochie, zegt hij. Tijdens zijn lagere schooltijd verhuist het gezin regelmatig. Het gevolg hiervan is dat hij zich steeds moet aanpassen “Het besef een buitenstaander te zijn werd hierdoor versterkt.”

Coos Huijsen

Preuts

Het zijn de jaren vijftig waarin hij opgroeit. Geen kleurrijke tijd, verzekert hij. “Gezapig, benauwend en moralistisch. Op het gebied van seksualiteit was het een preutse tijd.” Op zijn zestiende ontdekt Coos ontdekt dat hij ‘anders’ is. Jongenslijven wekken zijn belangstelling. “In die tijd werden homo’s niet geaccepteerd, hooguit geduld.” Uit de kast komen is absoluut niet aan de orde. Niet verwonderlijk dat Coos besluit ‘onder de radar te blijven.’Dat zal tot zijn 33e duren.

“Homo-activist word je niet, dat blijf je”

Kast

Na zijn middelbare school gaat hij geschiedenis studeren en wordt politiek actief. “Ik had behoefte aan zingeving, samenhang en overzichtelijkheid.” Later begint hij zijn loopbaan in het onderwijs, eerst in Delft en later Den Haag. De politiek laat hem echter geen moment los. In 1972 wordt hij zelfs Tweede Kamerlid voor de Christelijk-Historische Unie (CHU). Hij voelt zich er als een vis in het water. Maar nadat zijn partij een belofte aan het kabinet Den Uyl niet gestand doet, verlaat hij de christelijke fractie en gaat verder als onafhankelijk kamerlid.
In 1976 komt hij als eerste parlementariër ter wereld uit de kast. “Ik was er gewoon aan toe. Ik stikte bijna.” Al snel zet hij zich in voor de gay wereld. Voor Coos raken het persoonlijke en politieke met elkaar verweven. “Want homo-activist word je niet, dat blijf je.”

Tweede geboorte

Hij woont in Den Haag maar Coos heeft Amsterdam inmiddels ontdekt. In de ‘homohoofdstad’ van de wereld kan hij eindelijk zichzelf zijn. “Het waren de jaren zeventig met alleen maar vrijheid en blijheid. Alles moest kunnen.” Zijn coming-out omschrijft hij zelf als zijn tweede geboorte.

Coos stort zich volop in het homo-uitgaansleven en ontmoet er de liefde van zijn leven. Het is Lank Bos, een 21-jarige jongen die fysiotherapie studeert. De vonk slaat over en korte tijd later gaat het stel samenwonen. Hun keuze valt op Amsterdam-Zuid. Nog steeds wonen zij er. “Het is een fantastische buurt. Heel ruim gebouwd met veel groen. Ook de architectuur spreekt ons aan. Bovendien: we hebben het beste van twee werelden. Je bent zo de stad in en zo weer de stad uit. Op alle fronten is het aangenaam wonen. Lachend: “Als homo’s vonden we het in de jaren zeventig eigenlijk niet kunnen als je niet in Amsterdam woonde. Hier gebeurde altijd alles.”

“Met de Joodse weduwen hadden we al snel een band. Want we vormden allebei een minderheid”

Kakkineus

Dat de buurt als enigszins kakkineus wordt ervaren, beaamt Coos. “Zelfgenoegzaam ook, maar wel ontvankelijk ook voor gays.” Relativerend: “Toen ik ziek was, stonden veel buren voor me klaar.” Hoe stonden de buurtgenoten eigenlijk tegenover de twee samenlevende mannen? “Weet je, dat is nooit een issue geweest hoewel een coming-out toen zeldzamer was dan nu. Met de Joodse weduwen hadden we al snel een band. Want we vormden allebei een minderheid.”

Aapje

In het begin werden ze wel ‘als aapjes bekeken’ merkt hij op. “Jullie zijn toch anders” hoort hij menigmaal. Overdag werkt hij als docent aan het nabij gelegen Gerrit van der Veen college. Coos voelt zich er volstrekt op zijn plaats. Of hij het lastig vond zo dichtbij zijn school te wonen? “Ach, vroeger woonde de dorpsonderwijzer toch ook naast de school?” Relativerend: “Als ik de ouders bij de slager of de groenteboer tegenkwam was dat alleen maar leuk.” Hij vindt de buurt wel veranderd, bekent hij. Het gaat hem zichtbaar aan het hart. “De Beethovenstraat bijvoorbeeld, daar zitten nu voor het grootste deel ketens in. Vroeger had je hier vier slagers. Die ‘verblokkerisering’ vind ik maar niets.” Hij valt stil: “Als ik iemand aanspreek moet ik Engels praten.” Zijn ogen spreken boekdelen als hij vervolgt dat hij zich hierover grote zorgen over maakt.

Zelfgenoegzaam 

Ook de toenemende anti-homo incidenten raken hem. Niet zo lang geleden werd hij in hartje Amsterdam nog uitgescholden toen hij bij het afscheid van een goede vriend deze zoende. Strijdvaardig: “Dat verbale geweld moeten we nooit toelaten. Met iedere generatie jongeren zal hard moeten worden gewerkt aan de sociale acceptatie van homoseksualiteit.” Hand in hand lopen moet als homopaar gewoon kunnen.

Homo politicus

Na zijn pensionering is Coos niet op zijn lauweren gaan rusten. Zo publiceert hij enkele jaren gele-den zijn biografie ‘Homo Politicus’ dat een groot succes wordt. Ook schrijft hij boeken over het Nederlandse koningshuis. Hiervoor voert hij meerdere gesprekken met oud-koningin Beatrix. Lachend: “Maar hier mag ik niets over vertellen.” Sinds het verschijnen van zijn boek De Oranjemythe wordt hij in de media vaak opgevoerd als een Oranjedeskundige.

Dan komt zijn man Lank binnen om de honden uit te laten. Het zijn prachtige whippets die Lank van jongs af aan fokt. “Het is mijn hobby. Heerlijk dat het Beatrixpark om de hoek ligt.” Of ze ooit weggaan? “Geen denken aan. Wij gaan hier nooit meer weg.”


De constatering dat roze ouderen steeds vaker terug in de kast kruipen wordt niet overal gedeeld. Zeker niet in het Amsterdam, waar het gemeentebestuur zich middels een Regenboogbeleid inzet voor deze groep. Voor stadsdeelbestuurder van Amsterdam Zuid Rocco Piers (zelf gay) is het duidelijk: “Wij zetten in op concrete acties om de acceptatie en de emancipatie van Amsterdamse LHBT-er te vergroten.” Een opmerkelijk initiatief zag het licht: een eigen roze glossy met de naam Q. In samenwerking met stadsdeel Zuid publiceert De Gaykrant bijzondere verhalen van bewoners. 


Foto: Anita Muschner

One thought on “Coos Huijsen: “Het is heerlijk om homo te zijn in Amsterdam”

  1. Evelyne Van der Werff schreef:

    Fokt hij nog steeds whippets?Ik ben opgegroeid met sylvan dwellings whippets.ik zou heel graag weer een sylvan dwellingkje willen hebben….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.