Thomas | Staying-in, een leven lang in de kast

In november kreeg Gaykrant een mail van Thomas. Thomas is 77 jaar en wilde graag anoniem zijn levensverhaal vertellen. Een verhaal over een leven van ‘staying-in’, een leven zonder uit de kast te komen. ‘Second-best’ zoals Thomas het zelf noemt. Gaykrant bood hem de mogelijkheid zijn verhaal te doen. 

‘Mijn naam is Thomas. Ik ben 77 jaar, getrouwd met een vrouw en heb drie kinderen en zes kleinkinderen. Ik ben homo en in de kast gebleven.

 Nu ik mijn leven voor het grootste deel heb geleefd, heb ik sinds enige tijd de behoefte om mijn vrouw en kinderen uitgebreid te vertellen wat het in de kast blijven voor mij betekend heeft en nog betekent. Dat heb ik beschreven en aan hen gegeven.

 Ik had ze in het verleden wel eens kort iets verteld over mijn homoseksualiteit. Maar daar is het bij gebleven. Er is nooit verder over gesproken. Het stond als een olifant in ons huis en iedereen liep er omheen. Mijn geschreven verhaal heeft hen verrast en het onderwerp is niet langer taboe.

Maar tijdens het schrijven dacht ik dat mijn verslag ook nuttig kan zijn voor anderen die nog niet uit de kast zijn gekomen. Misschien een duwtje om toch te kiezen voor de eigen geaardheid. Er zijn veel mooie coming-out verhalen, die jongens en mannen ongetwijfeld geholpen hebben om voor hun homoseksualiteit uit te komen. Maar ik ken weinig verhalen over het leven van mensen die in de kast zijn gebleven. Ik denk (hoop) dat dergelijke verhalen evenzeer een bijdrage kunnen leveren aan de keuze van wel of niet uit de kast komen. Uit mijn verhaal blijkt namelijk, dat ik in mijn hele leven een continue worsteling heb moeten voeren met mezelf met mijn homoseksualiteit. Bovendien leid ik een dubbel leven. Dat is niet aangenaam en daarvoor wil ik waarschuwen.

Waarom ik niet de keuze heb gemaakt om uit te komen voor mijn homoseksualiteit weet ik niet. Ik weet het eigenlijk wel. Uit mijn verhaal hierna blijkt, dat er meerdere redenen zijn.

Laat ik beginnen met de mededeling dat mijn huidige leven gelukkig niet alleen naar en somber is, maar dat het leven zoals ik het nu leid mij ook veel opgeleverd heeft. Veel is er waarop ik trots ben en veel is er wat mij gelukkig maakt. Ik tel ook mijn zegeningen.

Ik ben 50 jaar getrouwd en erg trots op mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen. We zijn allemaal gezond en hebben een warme relatie met elkaar. We vormen een hechte familie. Mijn kinderen zijn gelukkig, voor zover ik dat kan beoordelen. Dat stelt mij gerust en het maakt mij blij dat de kinderen wel hun eigen keuzes hebben durven maken, ook al vielen die keuzes niet altijd binnen het kader van huisje, boompje, beestje. Keuzes qua relatie of qua levensfilosofie, zij hebben hun eigen weg gekozen. Ik vermoed (en hoop) dat zij op hun 77-jarige leeftijd niet zullen zeggen dat ze, achteraf gezien, andere keuzes hadden moeten maken.

Ik heb een lieve en zorgzame vrouw.  Zij accepteert mij zoals ik ben en geeft mij ruimte. Zij heeft ervoor gekozen mij niet te verlaten. En ik heb me enkele jaren geleden voorgenomen bij haar te blijven. Achteraf gezien hebben we daarmee niet voor de gemakkelijkste weg gekozen. We doen veel samen, maar laten ook ruimte voor eigen activiteiten en hobby’s. We proberen samen het dagelijkse leven zo aangenaam mogelijk te maken en beleven samen ups en downs. We delen veel, voelen een grote genegenheid voor elkaar, zorgen voor elkaar. De (klein)kinderen nemen in ons leven een grote plaats in. We hebben met enkele familieleden, en met een aantal vrienden een warme relatie. Zij hebben het goed met ons voor en ook daarvan genieten wij samen.

Maar, als ik na een grotendeels geleefd leven alles overzie en ik uiteindelijk in het diepste van mijzelf uitkom, als ik van alles en iedereen ontdaan ben, als ik als het ware naakt ben, weet ik dat ik anders geaard ben dan ik mezelf voordoe. Ik vind het dan jammer, dat ik niet voor een leven met een man heb gekozen.

Ik weet dat het leven dat ik nu leef, een second-best leven is.

Een first-best leven had ik alleen kunnen bereiken als ik mijn geaardheid had gevolgd. Ik ben ervan overtuigd dat ik, als ik nu jong was, voor mijn homoseksualiteit zou hebben gekozen.

Om een bekend gezegde te gebruiken: mijn glas is zowel halfvol alsook half leeg. Ik geniet bij tijd en wijle van het halfvolle glas en soms kijk ik ook tegen het halflege glas aan.

Wat mij ook geïnspireerd heeft tot deze brief is het volgende treffende citaat uit het boek “Kom hier dat ik u kus” van Griet op de Beeck: We staan elke dag op, doen wat van ons verwacht wordt, en gaan dan weer slapen, en dat noemen we leven. We saboteren onszelf zonder het te beseffen, omdat we nadoen wat ons ooit is voorgedaan, en dan denken we dat het zo moet gaan. En ondertussen organiseren we de dingen zo, dat we geen tijd hebben om stil te staan bij wat we ten diepste voelen. We vergeten wat we waard zijn en durven niet te geloven dat we het goeie wel degelijk verdienen. We vinden het makkelijker om te berusten bij ons leed, om onszelf te troosten na de pijn, dan te kiezen voor wat ons echt gelukkig zou maken.

In dit citaat is precies beschreven hoe ik in mijn leven met mijn geaardheid ben omgegaan.

Ook in het boek Mandaat van Boris Dittrich staat een voor mij treffende uitspraak: “het leven begint als je je comfortzone hebt verlaten”.

Tot op de dag van vandaag raakt de homoscene mij erg en als ik er mee word geconfronteerd, laat het mij niet onberoerd. Een krantenartikel, een foto, 2 homo’s hand in hand op straat, een film of boek, of zomaar een gedachte die in mij opkomt, kortom alles waarin homo’s voorkomen, trekt niet alleen mijn aandacht maar verstoort ook vaak mijn zijn. Ik raak dan uit evenwicht en van slag. Ik ben dan jaloers, Ik voel het in mijn maag en in mijn buik. Het grijpt me naar de keel. Ik ervaar dat ik in de knel zit en weet dan geen uitweg. Het komt met grote frequenties voor, soms duurt het een paar uur en soms een paar dagen. Ik kan zonder overdrijving zeggen dat het een groot deel van mijn leven beheerst. Als je je dan realiseert dat kranten, tv, boeken, films, andere sociale media bijna dagelijks berichten over andere leefvormen, kun je je voorstellen hoe mijn leven zich voltrekt.

Ik vraag me af waarom ik nooit mijn (verborgen) homo-zijn heb kunnen accepteren en het een plaats kunnen geven binnen mijn huwelijk. Ik bedoel, waarom is het mij niet gelukt mijn geaardheid als feit te accepteren en op te slaan in de zin van “jammer dan”, “een gemiste kans”, om daarna de gevolgen van mijn keuze te accepteren, zoals je ook andere tegenslagen accepteert en mij vervolgens alleen te richten op mijn gezin en mijn vrienden. Waarom verstoort het mij nu al meer dan 50 jaar en zal het de rest van mijn leven ook blijven beheersen? Waarom staat mijn leven in zulke heftige periodes op zijn kop?

Volgens mij is dat een verschil tussen het verstand en het gevoel. Dat laatste kun je niet wegdrukken, heb ik gemerkt. Ik kan het gevoel niet uitschakelen en alleen rationeel leven. Zei Antoine Bodart niet tegen Jeroen Pauw dat gevoelens blijven, maar je moet ermee kunnen omgaan. Dat ermee kunnen omgaan, lukt mij maar in beperkte mate.

 Er zijn wel periodes die rustiger zijn, maar het denken over mijn homo zijn is nooit ver weg. Verderop schrijf ik nog over mijn huwelijk, maar het is duidelijk dat dit tot een dubbelleven leidt. Ik moet ergens met mijn gevoel heen. Om anderen niet teveel met mijn problemen te belasten, deel ik nog maar beperkt mijn ervaringen met anderen en houd ik ze nog meer voor mijzelf.

Ik kom uit een traditioneel Brabants gezin met zeven kinderen, waar het katholieke geloof en de verzuilde samenleving in de jaren 60 nog de lijn uitzette en waar je dus geacht werd je leven volgens het boekje in te richten: verkering, trouwen en kinderen krijgen. De sociale controle (en die van mijn familie) zorgde er wel voor dat ik ook die weg volgde. Dat was ook eigen aan mijn generatie: voldoen aan verwachtingen van anderen/de maatschappij. Ik behoor tot de zogenaamde “verwachtingen generatie”.

Thuis was een omgeving waar vooral plichten de norm voor het leven waren. Mijn vader was streng en hard. Mijn moeder was wel zachter, maar zij was voorzichtig in het tonen daarvan. Een knuffel, een zoen of zelfs maar een lief woord of compliment waren er niet bij.

Ik denk dat ik ook , als gevolg van de toenmalige maatschappij, niet zo zelfbewust was en niet nadacht over eigen keuzes in mijn leven. Dat kwam thuis niet ter sprake, maar ook niet op school. Je liep mee in de kudde. Ik accepteerde het leven zoals het van mij verwacht werd.

‘In een bar in Rotterdam ben ik eens uitgenodigd om met iemand mee naar zijn huis te gaan en de nacht met hem door te brengen. “Ik vind je zo lief, je mag alles met mij doen”, zei hij. Maar ik durfde uiteindelijk niet zolang thuis weg te blijven en ben naar huis gegaan.’

Het openlijk ervoor uitkomen dat je “anders” was, deden in die tijd alleen sterke persoonlijkheden en zij accepteerden de consequenties. Ik denk wel dat ik tot de laatsten behoor van die generatie, die moesten voldoen aan verwachtingen van anderen. Anno 2022 is het individualisme veel groter en draait het meer om zelfontplooiing, eigen geluk en welbevinden en mag iedereen meer kiezen voor zichzelf. Hetero is nu niet meer de normale norm en alle andere vormen zijn niet langer ondergeschikt.

Nu ik achterom kijk en de herinneringen ophaal, zie ik dat ik ook in mijn jeugd al belangstelling had voor jongens. En jongens ook voor mij. Maar ik was mij er totaal niet van bewust wat dat betekende of zou kunnen betekenen. Gewoon een goede vriendschap, zonder intimiteiten. Pas na mijn diensttijd werd dat anders.

Ik heb toen een tijdje in Amsterdam op kamers gewoond. Ik heb toen wel ontdekt dat ik veel naar jongens keek en die vaak mooi en knap vond. Er ging een aantrekkingskracht vanuit, Ik durfde dat kijken bij mezelf toe te laten, maar het hoorde eigenlijk niet, vond ik.

Ik heb toen veel in de omgeving van het Rembrandtplein verkeerd; vaak bij bars en cafés naar binnen gekeken, maar nooit naar binnen durven gaan. Ik ben wel eens met een jongen, die op straat stond, meegegaan een bar in. Maar voordat er iets gebeurde, raakte ik in paniek en vluchtte naar buiten naar mijn kamer. Het hoorde niet en het voldeed niet aan de verwachtingen van anderen.

Ik heb niet geleerd te luisteren naar eigen gevoelens en laat staan om de consequenties daarvan te mogen accepteren. Het kwam niet in mij op om daarmee te breken. Ik was al bijna 40 jaar toen ik mijn eigen gevoelens toeliet.

We zijn eind 1971 getrouwd. Ik weet nog dat ik toen dacht dat de homo-gevoelens over zouden gaan als ik eenmaal getrouwd was. Over de eerste periode van mijn huwelijk kan ik me niet veel meer herinneren. Ik denk dat ik mijn geaardheid de eerste jaren naar de achtgrond heb gedrongen. Bovendien kregen we na 3 jaar ons eerste kind, dat eiste mijn aandacht.

Ik ben wel een aantal keren echt verliefd geweest op een jongen/man. Een keer op een nieuwe collega toen ook ik pas bij dat bedrijf werkte. Een jonge, knappe man met een heel lieve lach. Toen ik hem zag, vlogen de vlinders in mijn buik en ik raakte volledig van streek. Tot op de dag vandaag kan ik hem, ruim. 40 jaar later, niet vergeten en volg ik hem op Facebook. Door overplaatsingen verloren wij elkaar fysiek uit het oog.

Waarom heb ik toen niet voor mezelf gekozen en hem gevolgd? Het was vlak voordat onze tweede dochter zou worden geboren. Ik vond dat het onverantwoord was om kort voor haar geboorte mijn gevoelens te volgen en het huis te verlaten. Plichten boven gevoelens. Mijn mening was toen: “Ik ben mede verantwoordelijk voor de opvoeding van onze kinderen. Ik kan pas weg als zij ongeveer 18 jaar zijn.” Een rationele beslissing met grote emotionele consequenties.

Later bleek, dat mijn vrouw meer kinderen wilde. Uiteindelijk heb ik mijn eigen plan opzij gezet en na lang aarzelen en uitstellen werd in 1984 (10 jaar na ons eerste kind) onze derde dochter geboren. Waarom ben ik met haar wens meegegaan en heb niet vastgehouden aan mijn eigen invulling? Eén van de redenen is uit medelijden/mededogen met mijn vrouw. Ik dacht, dat zij toch al een moeilijk leven met mij als homo had en dan deze grote teleurstelling er nog bovenop. Dat kon ik haar niet aandoen. Maar ik vraag nu me ten diepste af of dit de enige reden is: ontbrak het mij ook niet aan moed om deze stap te zetten en andere mensen (tijdelijk?) pijn te doen?

Voor alle duidelijkheid: ik houd van alle drie mijn kinderen evenveel en heb met alle drie een sterke band en er is totaal geen sprake van onderscheid. Integendeel, soms denk ik wel eens dat ik (wij) de jongste meer verwend hebben dan de andere.

Is naast de invloed van mijn generatie ook het feit, dat ik anderen niet graag pijn doe en alleen maar aardig wil zijn, de tweede reden dat ik een dubbel leven leid?

Enkele jaren na de geboorte van onze 2e dochter worstelde ik weer erg met mijn homo gevoelens. Ik heb toen op een zondagavond hierover met mijn vrouw gesproken. Ik wilde mijn gezin niet verlaten, maar anderzijds raakte ik steeds meer verstrikt in mijn eigen mens zijn. Uiteindelijk gaf ze mij ruimte om mijn eigen gang te gaan, als er maar geen langdurige relatie uit zou ontstaan. En, zo zei ze, ze hoefde ook niet te weten wat, hoe en wanneer ik mijn homo-zijn zou beleven. Mijn dubbelleven kreeg een boost.

‘Met mijn vrouw bespreek ik nu binnen welke kaders dit mogelijk is. Dat geeft mij rust en ruimte. Ik hoop zo dat ik vrede kan sluiten met mijzelf en mijn situatie.’

Ik heb vanaf toen gay bars, bioscopen, naaktstranden en sauna’s bezocht. Ik kwam voor mijn werk vaak in steden als Amsterdam en Rotterdam. Al snel had ik overal de plekjes ontdekt. Het aantal keren weet ik niet, maar ik verkeerde er zeer frequent en met grote regelmaat. Het waren voornamelijk seksueel gerichte contacten, maar soms kwamen er ook mooie gesprekken uit voort. Zij gaven mij tijdelijk genot, maar vaak kwamen de schuldgevoelens bij het naar huis gaan terug. Het was en is een continu gevecht met mezelf.

Daarnaast heb ik (ik denk periode 1985-1995) enkele pogingen gedaan om een relatie aan te knopen. Gereageerd op contactadvertenties o.a. met een dominee en een directeur van een bejaardentehuis. Maar na enkele afspraakjes verbrak de ander of ik de relatie.

In een bar in Rotterdam ben ik eens uitgenodigd om met iemand mee naar zijn huis te gaan en de nacht met hem door te brengen. “Ik vind je zo lief, je mag alles met mij doen”, zei hij. Maar ik durfde uiteindelijk niet zolang thuis weg te blijven en ben naar huis gegaan.

Op mijn werk was ik ook steeds op zoek naar contacten, maar daar was ik erg voorzichtig mee vanwege mijn functie. ik zat nogal hoog in de boom. Later maakte ik met een andere vertrouwde collega regelmatig een eetafspraak. Ik weet nog goed hoe trots en blij ik mezelf voelde als wij voorafgaand in de stad door winkels liepen en onze interesse in bijvoorbeeld boeken deelden. Ik heb hem toen wel eens thuis bezocht, maar het bed delen met mij wilde hij niet .

Sinds 1984 hebben mijn vrouw en ik ook geen seksueel contact meer. Ik vond dat ik dat niet meer kon verenigen met mijn homoseksualiteit; we hebben dat samen besloten. Maar voor de buitenwereld hield ik mijn homo kant verborgen, zelfs tot in het absurde. Ik schaamde zo diep voor mijn homo zijn. Wij gingen in 1988 in relatietherapie bij een echtpaar dat ons erg goed kende en in hun werk veel met relatieproblemen te maken had. Ons huwelijk was toen niet optimaal. Ik schaamde me toen zo erg, dat ik mijn vrouw dringend verzocht mijn homoseksualiteit daar niet ter sprake te brengen. Zij heeft dit ook niet gedaan, maar die gesprekken haalden dus niets uit. Dit is achteraf een grote fout geweest. Als zij dit hadden geweten, hadden ze ons beter kunnen helpen. Wij hebben nog steeds contact met ze en pas zeer onlangs heb ik dit verteld. Zij hadden allang het vermoeden dat er iets meer was.

 De derde reden is dus het niet inroepen van hulp van anderen.

In 1989 zijn we verhuisd naar Amersfoort voor mijn werk. Ik heb mijn vrouw toen gevraagd of ze wel mee wilde naar een nieuwe omgeving. De keuze bij haar gelegd en niet zelf gekozen. In 2002 hebben we een scheiding besproken. Ze had het toen wel geaccepteerd, maar toen heb ik weer niet doorgezet. Toen ze zei, dat ze nog steeds van mij hield en met tranen in de ogen vertelde, dat ze als “levende weduwe” verder zou gaan, durfde ik weer niet voor mezelf te kiezen.

Ik heb in de negentiger jaren de problemen ook besproken met iemand van de vereniging “Orpheus”, een vereniging die hulp verleent aan homo’s in hetero huwelijken. Ook die gaf mij het advies mijn eigen weg te gaan, maar dan kwam ik thuis en durfde ik het niet.

‘Laat ik beginnen met de mededeling dat mijn huidige leven gelukkig niet alleen naar en somber is, maar dat het leven zoals ik het nu leid mij ook veel opgeleverd heeft.’

Welbeschouwd leid ik sinds 1976 een leven zoals ik hierboven heb beschreven met heftige en minder heftige periodes en met regelmatige bezoeken aan gelegenheden waar homo’s elkaar ontmoeten. Een dubbelleven dus. De toekomst? Ik heb de brief voor mijn gezin ook door een goede kennis laten lezen. Die gaf mij het advies om tenminste mijn verzet tegen mijn homogeaardheid op te geven en te accepteren dat ik zo ben. Dat ik mag zijn wie ik ben. Met mijn vrouw bespreek ik nu binnen welke kaders dit mogelijk is. Dat geeft mij rust en ruimte. Ik hoop zo dat ik vrede kan sluiten met mijzelf en mijn situatie. En zoals ik hierboven beschreef tel ik ook vaak mijn zegeningen en focus ik me op mijn second-best leven.

Mijn leven overziend is mijn conclusie: als je niet wilt of kunt zijn wie je ten diepste bent, lever je continu een gevecht met jezelf. Je kunt je diepste gevoel niet uitschakelen, zelfs niet met de beste redeneringen.

Als je een sterke wil hebt kun je die “aanvallen“ misschien afslaan of overwinnen en dus weerstand bieden aan de verleidingen, maar het gevecht eindigt nooit. Je leert dan misschien ermee om te gaan. Ik denk dat veel personen die een celibatair leven leiden dat wel kunnen. Maar zo’n leven wens ik niemand toe.

Ik heb zo’n sterke wil niet en heb dat gevecht in mijn eentje niet gewonnen. Ik kan niet altijd weerstand bieden; er is dan iets in mij dat sterker is dan ik als gedrag kan verantwoorden. Ik weet nu dat het een ongelijke strijd is.

De grootste les die ik heb geleerd is: ik had indertijd mijn schaamte moeten overwinnen en hulp en begeleiding moeten zoeken.

Daarom is mijn raadgeving aan iedereen die niet het leven leidt of gaat leiden dat ten diepste bij hem past, ga na hoe sterk je wil en je persoonlijkheid is om het gevecht aan te gaan en te overwinnen, telkens weer. Ook zelfs dan kies je niet voor een makkelijk leven. Als je twijfelt zoek dan hulp of kies voor je diepste overtuiging.

*

Thomas is niet de echte naam. Deze is wel bekend bij de redactie.

•••

Adverteren op Gaykrant en daarmee onafhankelijke journalistiek met een regenboograndje mogelijk maken?

Klik hier voor meer informatie!

 

One thought on “Thomas | Staying-in, een leven lang in de kast

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.