Aart en Annie

Toen ik een jaar of acht was, kreeg ik van mijn moeder drie boekjes. Alle drie van Annie M.G. Schmidt. Het eerste was het boek ‘Wiplala’. De twee andere boekjes waren gedichtenbundeltjes. Het eerste bundeltje bevatte de gedichten uit ‘Op visite bij de reus’ en ‘Dag meneer de kruidenier’. Het tweede bundeltje bevatte de gedichten van ‘Beertje Pipeloentje’ en van ‘Ik ben lekker stout.’

De boekjes kwamen naast Pluk, Minoes, Jip en Janneke in de boekenkast te staan. Vanaf het moment dat ik het titelgedicht ‘ik ben lekker stout’ had gelezen, werd Annie M.G. Schmidt nóg meer mijn lievelingsschrijfster en voelde zij nóg meer aan als mijn eigen eigenwijze oma. Een status die ze bij vrijwel alle Nederlanders van mijn generatie toegedicht kreeg. De oma die de ouders uit die tijd liet zien hoe opvoeding óók kon: eigenzinniger, mondiger, persoonlijker, ondeugender, uitdagender, grappiger.

Anders.

Afgelopen weekend overleed Aart Staartjes. Alhoewel hij inmiddels zo’n beetje de leeftijd van mijn vader had, heb ik hem sinds hij ‘meneer Aart’ in Sesamstraat speelde altijd een beetje als mijn jonge opa beschouwd. En aan alle reacties te merken, is hij dat voor de generaties die na mij kwamen zeer zeker geweest.

Wat Schmidt met haar boeken en gedichten deed, deed Staartjes op de televisie. Met programma’s als ‘De stratemakeropzeeshow’, ‘J.J. de Bom voorheen De Kindervriend’, ‘De Film van Ome Willem’ en – ietsje later in de tijd – ‘Het Klokhuis’ liet hij zien dat kinderen meer waren dan een product van reproductieve objecten die geruisloos de maatschappij in gesocialiseerd dienden te worden.

Bij Staartjes waren het de kinderen die hun ouders op het matje riepen. Bij hem konden kinderen eeuwig zittenblijven. Bij hem lieten keurige dames scheetjes. Bij hem kon het kind zichzelf zijn, wars van conventies en opvoedingsperikelen.

Net als bij Schmidt was het televisiekind van Staartjes mondig. Eigenzinnig. Persoonlijk. Ondeugend. Uitdagend. Grappig.

Anders.

Schmidt en Staartjes veranderden het kind van ‘object’ in ‘subject’. Kinderen die heel goed voor zichzelf op konden komen; die zich niet lieten koeioneren door ‘ouderwetsigheden’ en die hun eigen verhaal konden schrijven, zonder dat hun ouders over de schouders meekeken.

Door mensen als Schmidt en Staartjes leerde ik als kind reeds dat anders zijn best leuk kan zijn. Dat het helemaal niet zo erg is om uit de pas te lopen. Dat eigenheid, eigengereidheid en ondeugendheid eigenlijk best grappig kunnen zijn.

Dat voor elk kind ‘anders zijn’ eigenlijk doodnormaal is.

Dat volwassenen nog heel wat van de onbevangenheid en van de onbevooroordeeldheid van kinderen kunnen leren.

Onbevangenheid en onbevooroordeeldheid die Schmidt in haar geschriften en Staartjes in zijn televisieprogramma’s zo uitmuntend wisten neer te zetten.

Na onze nationale oma is onze nationale opa helaas ook niet meer. Dat is treurig. Maar ik denk met liefde en dankbaarheid terug aan zijn erfenis.

Een televisie-erfenis waarop een land gebouwd lijkt te zijn.

Dag meneer Aart.

Doe de groetjes aan Annie.


Er was een regenworm in Sneek
die altijd naar de sterren keek,
en fluisterde: Hoe schoon, hoe schoon…
Zijn moeder zei: Doe toch gewoon,
kijk naar beneden naar de grond,
dat is normaal, dat is gezond,
kijk naar beneden, zoals ik…

En toen? Toen kwam de leeuwerik!

Het wormpje, dat naar boven staarde,
zag hem op tijd en kroop in d’aarde,
maar moe die naar beneden keek
werd opgegeten (daar in Sneek).

Dus doe nooit wat je moeder zegt,
dan komt het allemaal terecht.

Annie M. G. Schmidt


Rick van der Made

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.