Baruch Kojocaru: het verhaal van een overlevingskunstenaar

De Joodse Baruch Kojocaru wordt voor de Tweede Wereldoorlog geboren in Roemenië. Hij is de benjamin in een groot gezin met dertien kinderen. Als de Duitsers zijn land binnenvallen wordt de kleine Baruch op transport gesteld naar een werkkamp. Hij wordt echter gered, duikt onder en wordt dan verraden. Hij moet alsnog op transport. In het kamp in Transnistrië krijgt hij een bijzondere band met de Duitse soldaat Gunter. Later zal Baruch hem omschrijven als zijn eerste grote liefde. Hij overleeft de oorlog. “Ik heb het taboe doorbroken om niet over de oorlog te praten.”

Tekst: Paul Hofman

Inmiddels is Baruch 87. In zijn huis in de Pijp blikt hij terug op zijn bijzondere leven. Ondanks de trauma’s is hij altijd blijven geloven in de liefde en het leven. Hij praat honderduit en benadrukt dat hij veel mazzel heeft gehad.

Nachtmerries

Jarenlang heeft Baruch niet over de oorlog met zijn verschrikkingen durven praten. Waarom nu wel? “Tot begin jaren tachtig sprak ik niet over de oorlog. Net als de rest van mijn familie. Voor de buitenwereld leek het of die hele periode in mijn leven me nauwelijks had geraakt. Toen ik vijftig werd kon ik de oorlog niet langer wegduwen. Ik kreeg vreselijke nachtmerries en moest overdag veel huilen. Een goede psycholoog heeft me geholpen om mijn verleden onder ogen te zien en een begin te maken met de verwerking. Het was uiteindelijk mijn oudste zoon Rafael die me inspireerde om mijn levensverhaal te vertellen. Via de Amsterdamse vrijwilligersorganisatie Gilde ben ik deze verhalen gaan vertellen op scholen. Vorig jaar leerde ik schrijfster Barbara Bulten kennen. Samen zouden we aan mijn verhalen gaan werken. Maar hoe meer we spraken, hoe meer herinneringen er naar boven kwamen. Barbara stelde voor om van mijn levensverhaal een boek te maken. Het resultaat is De oorlog in mij.”

“Ik ben altijd op zoek geweest naar Gunter”

Gevormd

Uw levensverhaal is zeer aangrijpend. Toch bent u ondanks alles, altijd positief gebleven. Hoe kan dat?
“Iemand zei laatst tegen mij dat ik een overlevingskunstenaar ben. Een mooi woord, maar daar heb ik eigenlijk nooit zo bij stil gestaan. Mijn wil om te leven is enorm sterk. Alles wat ik heb meegemaakt in mijn leven heeft me gevormd. Ik ben er ongelooflijk sterk door geworden. Ik ben 87, slik dertien verschillende medicijnen per dag en heb een pacemaker. Maar klagen doe ik niet. Er is voor mij nog steeds genoeg om van te genieten.”

Eerste liefde

In het werkkamp speelt de Duitse soldaat Gunter een belangrijke rol. Wie was hij? Gunter was een jonge Duitse soldaat in het kamp in Transnistrië. Hij was groot, goed gebouwd en had blond krullend haar. Gunter en ik zagen elkaar op geheime plekken waar niemand ons kon zien. Ik kreeg gevoelens voor hem die ik niet goed kon thuisbrengen. Door onze geheime affaire hebben mijn zusters en broer ook iets minder honger geleden. De band met Gunter was niet alleen seksueel. Hij vertelde me veel over zijn geboortestad Hamburg en over zijn ouders. Gunter haatte de oorlog ook. Hij heeft mijn leven gered. Hoe hij dat heeft gedaan, kun je in het boek lezen. Gunter was mijn eerste grote liefde. Met wie ik later in mijn leven ook seks had, mannen of vrouwen, altijd dacht ik aan Gunter. Waarschijnlijk ben ik mijn hele leven op zoek gebleven naar een sterke, zachtaardige man als hij, maar ik heb hem nooit meer gevonden.”

Sjtetl

“Ik ben geboren in 1932 in de Roemeens stad Botosani. Dat was voor die tijd een redelijk grote stad waar veel Joden woonden. De eerste zeven jaar van mijn leven had ik het niet slecht thuis. Ons huis was altijd vol en gezellig. Alles veranderde toen de troepen van de Duitse Wehrmacht op 1 september 1939 Polen binnenvielen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog koos Roemenië de kant van de Duitsers in de strijd tegen de Russen. Maar al in 1937 had het land antisemitische maatregelen ingevoerd. Zo werd het aantal Joden op universiteiten, hogescholen en overheidsinstanties beperkt en het staatsburgerschap van Joden die geen Roemeens spraken ingetrokken. Vanaf augustus 1940 werden ook huwelijken tussen christenen en Joden verboden. Als trouwe bondgenoot van nazi-Duitsland speelde Roemenië een grote rol in de Holocaust en onderdrukte en vermoordde vele Joden. Ook in onze kleine sjtetl (Jiddisch voor ‘stadje’) werd de rust wreed verstoord.”

“Liefde tussen twee mannen dat mocht niet van God”

Streng verboden

De liefde tussen u en Gunter heeft u nooit losgelaten. Toch trouwde u drie maal met een vrouw. Uit de huwelijken kwamen kinderen voort. Hoe kijkt u hierop terug. “Als puber voelde ik me ontzettend schuldig over wat er tussen Gunter en mij was gebeurd in het kamp. Dat was streng verboden. Liefde tussen twee mannen dat mocht niet van God. Op de boot naar Palestina was ik zelfs bang dat God de boot zou laten zinken om mij te straffen voor wat ik had gedaan! Toen ik voor de eerste keer trouwde was ik nog heel jong. Ik hield niet van haar, maar hoopt dat mijn gevoelens voor mannen zouden verdwijnen als ik ging trouwen. Homofilie was nog altijd verboden in Israël en soms had ik het idee dat het een ziekte was die ik van Gunter had gekregen.”

Vreselijk

Na de oorlog vertrekt Baruch naar Palestina. Het blijkt een reis met ontberingen te zijn. Zo kan hij niet zomaar het land in. Samen met vele anderen moet hij twee maanden in quarantaine. Later komt Baruch terecht in een kibboets. Daar overkomt hem iets dat blijvende invloed op zijn leven zal hebben. In het boek gaat hij hier diep op in. “Tot vorig jaar heb ik niemand verteld over die vreselijke gebeurtenis in de kibboets. Vorig jaar september besloot ik terug te gaan naar Kfar Szold, samen met mijn oudste zoon, vier neven en hun vrouwen. Ik wilde weten hoe het zou voelen om daar weer te zijn. De barak waar ik woonde, bleek er nog steeds te staan. Bij die aanblik voelde ik het bloed uit mijn hoofd wegtrekken en kreeg ik bijna geen lucht meer. Als een film trokken de herinneringen aan dat afschuwelijke moment beeld voor beeld door mijn hoofd. Toen heb ik hun het hele verhaal verteld. Het luchtte me op, iets wat ik niet had verwacht. Zo kon ik deze verschrikkelijke gebeurtenis eindelijk een plek geven.”

Dansen 

Baruch is 33 als hij een zes jaar jongere man leert kennen. “Het was liefde op het eerste gezicht. We waren echt gelijkgestemde zielen. Onze liefde gaf me de kracht om voor mezelf te kiezen en bij mijn gezin weg te gaan. Hij en ik vertrokken naar Duitsland. Ik durfde niet in Israël te blijven omdat ik bang was dat mijn zonen met mijn geaardheid gepest zouden worden. Het was zo’n bevrijding om na jaren mijn gevoelens te hebben onderdrukt hem te kunnen liefhebben zonder over mijn schouder te hoeven kijken.”

Homodisco

Later belandt Baruch in Amsterdam waar hij gaat werken als kok, muzikant en kledingontwerper. Twintig jaar geleden betrekt hij zijn huis in de Pijp. “Ik kende de buurt al, dus het was niet helemaal nieuw voor mij.” Hij straalt als hij vertelt over de Pijp: “Je hebt hier alles op een steenworp afstand.” Baruch heeft vier passies in zijn leven: theater, film, zingen en lezen. Trots toont hij mij zijn bibliotheek met honderden boeken over de meest uiteenlopende onderwerpen. “Als ik langs mijn favoriete boekenantiquariaat in de Frans Halsstraat even verderop loop, kan ik het niet laten een paar boeken te kopen.” Dan: “Soms lees ik wel drie boeken tegelijkertijd.” Hij onderneemt nog veel en vertelt lachend dat zijn rode Ferrari (Canta, PH) hem nog overal brengt.

Straathoeken

“Amsterdam was voor mij een verademing.” Al snel kende het gay uitgaansleven geen geheimen meer voor hem. “In Amsterdam hoefde je niets verborgen te houden. Iedere avond dansen tot vier uur in de ochtend. Er waren in de stad zoveel plekken voor homo’s: bars, disco’s en zelfs sauna’s. Op iedere straathoek was wel iets. Eén van mijn lievelingsclubs was D.O.K. (De Odeon Kelder) aan het Singel. Dit was de eerste en jarenlang de grootste homodisco van de stad. Iedereen wist waar dat was. Als je de weg niet wist, hoefde je het maar te vragen aan een taxichauffeur en die bracht je erheen.” Moeiteloos noemt hij de namen van de vele kroegen van toen op.

“Ik kijk tevreden terug op mijn leven.

En nog steeds zie ik mooie jongens, hoor”

Uitschelden

“Op mijn leeftijd ga ik niet meer dansen. Ik zie dat die vrijheid van toen, er helaas niet meer is. Het is zo anders nu. “Die tolerantie van die jaren is zeker minder.” Op straat kan niemand aan me zien wat mijn seksualiteit is en ik ga niet meer naar cruising gebieden.” Of hij weleens uitgescholden is? Hij denkt even na: “Als homo ben ik nooit gediscrimineerd, maar ik ben als jood wel eens nageroepen.” Tweemaal per jaar, met het joodse nieuwjaar en Pasen, gaat Baruch nog op bezoek bij zijn kinderen in Israël. “Als ik daar ben, mis ik Nederland en als ik hier ben mis ik Israël.” Het is eigenlijk heel dubbel, bekent hij.

Onderweg

Baruch is iemand die moeilijk kan stilzitten. “Ik ben vaak onderweg in de buurt. In de zomer zit ik graag op een terrasje. Ik hou van het praten met mensen. Maar als ze beginnen over hun kwaaltjes, houdt hij het snel voor gezien. “Ik heb daar niets mee, dat vind ik vervelend.” Bovendien: “Ik vertrouw niet snel mensen.” Niet verwonderlijk gezien zijn levenservaringen. Zijn leeftijd gaat hem wel parten spelen, zegt hij. “Ik heb betere tijden gehad, maar ik heb geen tijd zielig te zijn. Ik sla me er wel door heen.” Voor hem is het leven nog ieder moment de moeite waard. “Ik kijk tevreden terug op mijn leven. En nog steeds zie ik mooie jongens, hoor.” Met zijn boek heeft Baruch het taboe willen doorbreken om over de oorlog te praten. “Zodat zijn kinderen en kleinkinderen en hun generatie weten wat ons is overkomen en dit nooit vergeten.”


‘De oorlog in mij’ –  Baruch Kojocaru |  www.amboanthos.nl

”Toen ik Baruch in maart 2018 via een Amsterdams eenzaamheidsproject voor het eerst ontmoette, was het net of ik een oud familielid tegenkwam. Baruch wilde graag dat iemand hem hielp bij het uitwerken van verhalen die hij in het Hebreeuws had geschreven. Wekelijks spraken we over zijn jeugd, de tijd in de oorlog, maar ook over de roerige periode erna. Ik stelde hem voor om nog veel meer verhalen over zijn leven op te schrijven en er een boek van te maken. Met die verhalen ben ik langs uitgeverij Ambo Anthos gegaan. Ze waren enthousiast en het sterkte me om door te gaan. Ondanks de pijn die de gesprekken soms teweegbrachten bij Baruch, voelden we beiden de urgentie om zijn bijzondere levensverhaal met anderen te delen. Samen hebben we het boek verwezenlijkt. Zijn verhalen en de urenlange gesprekken zijn de inspiratie geweest. Het is geschreven vanuit het hoofd van Baruch, zodat je als lezer hopelijk het gevoel krijgt dat je zelf bij hem aan tafel zit.”

Barbara Bulten


De constatering dat roze ouderen steeds vaker terug in de kast kruipen wordt niet overal gedeeld. Zeker niet in het Amsterdam, waar het gemeentebestuur zich middels een Regenboogbeleid inzet voor deze groep. Voor stadsdeelbestuurder van Amsterdam Zuid Rocco Piers (zelf gay) is het duidelijk: “Wij zetten in op concrete acties om de acceptatie en de emancipatie van Amsterdamse LHBT-er te vergroten.” Een opmerkelijk initiatief zag het licht: een eigen roze glossy met de naam Q. In samenwerking met stadsdeel Zuid publiceert De Gaykrant bijzondere verhalen van bewoners. 


Foto: Anita Muschner 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.