Politieman Ronald Fijbes: “Met mensen werken is de rode draad in mijn leven”

Als kind wilde hij het liefst op een ambulance rijden of chirurg worden. Iets met toeters en bellen. Het werd echter na een korte omweg iets totaal anders: hij werd agent. Inmiddels werkt hij al meer dan dertig jaar bij de politie. In Amsterdam-Zuid is Ronald Fijbes (58) geen onbekende verschijning meer. Sinds kort werkt hij in de Hoofddorppleinbuurt. “Met mensen werken is de rode draad in mijn leven.”

Tekst: Paul Hofman

Strak in het politie-uniform komt hij stipt op tijd op zijn fiets aanrijden bij het splinternieuwe Huis van de Wijk aan de Olympiaweg in Amsterdam-Zuid. Met zijn bijna twee meter maakt hij indruk op de bezoekers. Glimlachend loopt hij binnen.

Zorg

Al snel brandt hij los en vertelt over zijn jeugd, leven, liefde en werk. Na de middelbare school begint hij zijn loopbaan in de psychiatrische zorg. De in Friesland geboren en op het Zuid-Hollandse Goeree-Overflakkee opgegroeide Ronald wil, net als een aantal familieleden ‘iets’ in de zorg gaan doen. Rotterdam lag om de hoek en hier gaat hij een verpleegkundige opleiding doen. Ervaring in de zorg heeft hij dan al opgedaan tijdens vakanties. Het is hem op het lijf geschreven. “Met heel veel plezier heb ik negen jaar in de psychiatrie, zwakzinnigen- en geriatrische zorg gewerkt.” Wel is het keihard werken. “Ook toen had je te maken met onderbezetting, benadrukt Ronald.

Coming-out

Op zijn 26e ziet hij een advertentie in de krant die hem triggert. Halverwege de jaren tachtig is de politie hard op zoek naar nieuwe agenten. Hij aarzelt geen moment en solliciteert. Na een strenge selectie wordt hij aangenomen. Sport en wetskennis nemen een belangrijke plaats in. “Dat was niet niets.” Maar het bevalt hem goed. Na de politieschool begint hij bij de Rotterdamse gemeentepolitie waar hij al snel opklimt tot hoofdagent.

Ronald vertelt dat hij al vroeg wist dat hij jongens interessanter vond dan meisjes. “Op mijn vijftiende kwam ik uit de kast. Toen ik het mijn ouders vertelde, was dat geen enkel probleem. Ook mijn vrienden reageerden positief. Het ging er om wie je was, niet om je geaardheid.” Ronald is een vlotte prater maar valt nu even stil: “Op Goeree-Overflakkee speelt de kerk een belangrijke rol. In die omgeving ben ik wel gepest en uitgescholden. Dat was heel vervelend, maar doordat ik met thuis veilig voelde heeft het geen trauma bij mij achtergelaten. Hoe ik me ertegen wapende? Ik heb het gewoon ondergaan, het was nu eenmaal zo. Ertegen in gaan heeft geen zin, zegt hij.

Ronald Fijbes

Rotterdam

In Rotterdam ontmoet hij een jongen die een belangrijke rol in zijn leven gaat spelen. Ze zijn al snel onafscheidelijk. “We waren zo verliefd op elkaar.” Zijn vriend vindt de havenstad maar niets. Niet veel later besluiten ze naar Amsterdam te verhuizen. De hoofdstad is voor beiden nog onbekend terrein. “We kochten er samen een huis.” Ruim twintig jaar zal Ronald er wonen. Jammer genoeg gaat de relatie uit. Tijdens zijn Rotterdamse politie-tijd heeft hij het gevoel dat hij opnieuw uit de kast moet komen. “Maar op een zeker moment had ik iets van: homoseksualiteit is niet mijn probleem. Zelf vind ik het belangrijk er open en transparant over te zijn. Anderen gingen er soms zo krampachtig mee om.”

Amsterdam

Hij zit al een tijdje in Rotterdam als hij hoort van een nieuw initiatief binnen de Nederlandse politie. Zo heeft Amsterdamse korps in de jaren tachtig een nieuwe functie in het leven geroepen. De voormalige wijkagent wordt buurtregisseur. Het spreekt Ronald heel erg aan. “Er werd meer van je verwacht. Bovendien kun je die inkleden met je eigen persoonlijkheid,” Hij komt terecht in Betondorp in Amsterdam-Oost. Ronald zal er meer dan zeven jaar werken. Als er een vacature ontstaat in de Vondelparkbuurt, aarzelt hij geen moment en besluit te solliciteren.

In korte tijd wordt hij een bekend gezicht in het chique deel van Zuid met zijn talloze BN-ers. De samenstelling van de wijk is heel anders dan van een volksbuurt. Het vergt ook een andere aanpak, zegt hij. En natuurlijk een andere benadering van de bewoners. “Dat was best wel een uitdaging voor mij. De mensen in deze buurt zijn formeler en overdag is bijna iedereen van huis. Bekende Nederlanders trekken natuurlijk veel aandacht dus ga je extra voorzichtig om met hun privacy.”

“Ik ben inmiddels twintig jaar lid van Roze in Blauw, het roze netwerk van de Politie”

Rozenperk

Voor Ronald is iedereen echter gelijk. “Ik geef mijn grenzen aan, een ander bepaalt dat niet. Als er moet worden doorgepakt, dan pak ik ook door.” Met mensen in de buurt heeft hij in die jaren een goede band opgebouwd. “In die tijd hebben zich best wel aangrijpende gebeurtenissen voorgedaan met veel impact op mensen.” Als voorbeeld noemt hij de plofkraken die regelmatig voorkwamen. “Je zult er maar boven wonen. Het geeft zoveel onrust. Als buurtregisseur kun je dan veel voor de mensen betekenen.” In zijn periode vonden er ook enkele zware geweldsincidenten plaats in het Vondelpark. Slachtoffers waren onder meer mannen in het Rozenperk. Het trok een zware wissel op hem. “Dat ik zelf homo ben, is een enorm voordeel. Ik ben inmiddels twintig jaar lid van het roze netwerk Roze in Blauw.” Aangedaan: “s-Nachts ging ik dan surveilleren met een collega in het cruisegebied. Heftig en in- en intriest als je merkt dat de schaamte en angst van bezoekende mannen worden misbruikt. Ze zijn zó chantabel.”

Aanspreekpunt

Die band met wijkbewoners, is de kern van de buurtregisseur, zo blijkt. “Jij bent het gezicht én het aanspreekpunt van de politie op dat moment in die buurt en vormt tegelijkertijd de oren en ogen in de wijk. Zeg maar een spin het web.” Nuchter: “Je krijgt veel op je bordje. Dan moet je je realiseren dat je niet alles kunt oplossen. Nee kunnen zeggen, is ook belangrijk. Het gaat om het maken van keuzes.” Amsterdam-Zuid heeft een bijzonder plaatsje in zijn hart. Inmiddels woont Ronald met zijn partner in Haarlem waar hij met zijn vriend mateloos van geniet. Of hij inmiddels getrouwd is? Schaterend: “Mijn vriend is de eeuwige verloofde. Hij wacht al vijftien jaar.” Maar dat hij ooit op zijn knieën zal gaan om een aanzoek te doen, is een zekerheid.

“Mijn vriend is de eeuwige verloofde. Hij wacht al vijftien jaar.”

Overlast

Vijf maanden geleden werd hij benoemd tot buurtregisseur van de Hoofddorppleinbuurt. “Toen deze job voorbijkwam begon mijn bloed te kriebelen. Ik wilde iets anders.” Schaterlachend: “Je moet oppassen dat je niet in een sleur belandt.” Zo vormde de verantwoordelijkheid voor een bedrijventerrein een nieuwe uitdaging voor hem. De stoere man straalt als hij verlegen vertelt over zijn bereikte resultaten in de Vondelparkbuurt. Duidelijk heeft hij het verschil kunnen maken. “Zo is de overlast van zwervers en alcoholisten in het Vondelpark, bezocht door twintig miljoen bezoekers per jaar, een stuk minder geworden. Gebiedsverboden hebben een gunstig effect gehad. Je treft de overlastgevers hard want hun sociale leven speelt zich daar af. Dat ontneem je ze. Dat doet pijn.” Hij heeft sterk de indruk dat het aantal anti-homo incidenten in Zuid minder wordt. Relativerend: “Maar dat kan ook komen doordat mensen minder vaak aangifte doen.”

Sinds jaar en dag geeft Ronald, naast zijn drukke werkzaamheden, vanuit het Roze in Blauw netwerk voorlichting over de LHBT+ gemeenschap op de Amsterdamse politie-academie. “Dat doe ik met heel mijn hart.” Hij geeft aan dat het ontzettend belangrijk is dat instromende nieuwe collega’s hier meer te weten over komen. In de praktijk blijkt er nog wel eens onbegrip en onwetendheid over te bestaan.

Verbinden

Opeens dringen geluiden uit de portofoon door. Tijdens het interview op het bureau ligt deze steeds onder handbereik ligt. Tijd om de wijk in te gaan. “Weet je, het mooie van mijn werk is dat je er bent voor anderen en samenwerkt met verschillende partijen. Je kunt een prachtig product afleveren.” Zelf kan Ronald niet wachten zijn nieuwe buurt te leren kennen. “Dat het een volksbuurt is, maakt het voor mij enorm leuk.” Ongetwijfeld zullen we hem nog vaak aan het werk zien. “Ik heb er echt zin aan, deze wijk met jonge mensen. Het valt mij op dat de buurt problemen kent, niet alleen op soci-aal gebied maar ook op het terrein van ouderdom en gezondheid: er wonen ook veel ouderen en mensen met geestelijke problemen.” Zijn uitgangspunt? “Ik wil verbindingen maken in deze levendige wijk.”


De constatering dat roze ouderen steeds vaker terug in de kast kruipen wordt niet overal gedeeld. Zeker niet in het Amsterdam, waar het gemeentebestuur zich middels een Regenboogbeleid inzet voor deze groep. Voor stadsdeelbestuurder van Amsterdam Zuid Rocco Piers (zelf gay) is het duidelijk: “Wij zetten in op concrete acties om de acceptatie en de emancipatie van Amsterdamse LHBT-er te vergroten.” Een opmerkelijk initiatief zag het licht: een eigen roze glossy met de naam Q. In samenwerking met stadsdeel Zuid publiceert De Gaykrant bijzondere verhalen van bewoners. 


Foto: Anita Muschner

One thought on “Politieman Ronald Fijbes: “Met mensen werken is de rode draad in mijn leven”

  1. Gerard van de Wiel Derks schreef:

    hoi hoi , herken je me nog. Is wel lang geleden dat we samen in Eindhoven woonde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.