‘We begonnen elkaar om de haverklap moedwillig te kwetsen’ | Dirkjan uit Den Bosch

Er was zoveel wat maakte dat ik met hem brak – of hij met mij, want dat beweert hij nog altijd stellig. Maar ik herinner me één voorval dat mijn definitieve druppel was. De maat was vol toen Francois na een laveloze nacht thuiskwam en overgaf op tafel, waar ik het nieuwste boek van Griet Op de Beeck open had liggen op pagina 36/37. Het was de kots noch de alcohol noch de onbeschrijflijke egocentriciteit die me het meest raakte. Het was dat ik plotseling zag wat hij aanhad.

Redactie: Rits de Wit
Illustratie: Wilbert van der Steen

Francois leek op blueszanger Jonny Lang – met zijn jonge, droge kop en geile bek vol witte, schitterende tanden – maar dat hoorde ik pas later, want ik kende Lang destijds niet. Ik had Francois al vaak onder mijn raam voorbij zien lopen richting de Appie, waar ik hem binnen ook wel eens tegenkwam. We keken dan schichtig naar elkaar om, terwijl ik scharrelde tussen de kruiden en hij op weg was naar de wijn of de wasmiddelen. Ik weet nog dat ik altijd dacht dat ik er net die dag vreselijk uitzag, dat mijn haar net nu slecht zat, mijn neus pips zag en mijn schouders smal omdat ik al een week niet gesport had en ik vulde probleemloos in wat hij dacht als hij me zag: wat een loser.

Scheurtje

Op een feestavond in De Orangerie in het kader van Wereld Aids Dag durfde ik bij hem in de buurt te komen. Ik weet ook nog goed waarom: die middag had mijn voormalig schoolvriendinnetje Kirsten opgebiecht dat ze jarenlang verliefd op me was geweest en me altijd zo mooi had gevonden. Omdat ik dat totaal nooit verwacht had, integendeel zelfs, ik had me altijd een onappetijtelijke nerd bij haar gevoeld, had dat mijn zicht op mezelf even zo radicaal ten positieve veranderd dat ik de wereld weer es aankon. Die avond stapte ik op Francois af, sprak hem aan en kreeg als antwoord een fikse lik over mijn neus en lippen. Dat was de sappige start van onze affaire – Francois noemde het alleen een relatie als hij niet dronken was – die ongeveer anderhalf jaar zou duren.

Achteraf denk ik dat het een van de weinige keren is geweest dat ik Francois in een spijkerbroek op de dansvloer heb gezien. Want meestal als hij uitging droeg hij een jurk, een rok, een broekpak of iets daartussen in. Daaronder droeg hij hakken, altijd dezelfde want hij had maar één paar; het waren uitgewoonde zwarte laarsjes met spitse punten en links een scheurtje in de hiel, wat niemand zag die hem niet mee naar huis nam. Ik zie hem nog voor me zoals ook anderen hem zagen, zelden hoerig of goedkoop, bijna altijd op de een of andere manier subtiel en verrassend stijlvol. En wat was ik dan gelukkig, onopvallend met mijn biertje in een donkere hoek naast de dansvloer: dit beeldschone wezen hoort nu bij mij, wist ik, en dan dacht ik met natte wangen aan mijn moeder die ik een paar maanden eerder was verloren: wat zou ik hem trots aan haar hebben voorgesteld.

‘Ik zou zijn gretigheid niet kunnen blijven bevredigen’

Glad en bleek

Francois trok bij me in toen hij zijn baantje bij schoenwinkel Sacha kwijtraakte; hij was zo vaak te laat gekomen dat ze zijn contract onmogelijk hadden kunnen verlengen. Ik was geneigd het positieve in hem te zien: hij dronk veel en vaak en/of slikte en snoof van alles, maar was dan vaak ook juist heel creatief: terwijl ik ’s avonds een boek probeerde te lezen in mijn luie stoel maakte hij op de naaimachine ingenieuze creaties van de meest suffe lapjes stof, hij kookte de smakelijkste gerechten met ingrediënten die hij vergeten en verloren aantrof in de kelder en de koelkast, hij zong en danste uitbundig bij klanken die de televisie voortbracht, fluisterde lieve woordjes en was een ware genie in bed. Natuurlijk wist ik dat het eindig was, dit verhaal, het zou me uithollen en breken, ik zou behoefte krijgen aan rust en rede, maar ik hield van hem en was aan hem verslaafd, dit wezen dat zelfs gehuld in een vuilniszak nog het mooiste lijf op aarde zou hebben, glad en bleek, met een textuur van jonge spieren en de souplesse van een volleerd danser.

Ik wist ook dat ik niet genoeg zou zijn, dat hij meer zou willen, dat ik zijn gretigheid niet zou kunnen blijven bevredigen. Maar toch, toen ik zag dat dat zich aandiende, dat hij steeds vaker alleen wegging en pas in de ochtend – of überhaupt niet – thuiskwam, maakte me dat boos en wrokkig. Ik eiste dat hij na zo’n avond op de logeerkamer zou slapen, waarop hij terecht zei dat die mudvol stond met dozen vol spullen van mijn moeder (en vroeg wanneer ik die onderhand es zou uitzoeken of weggooien), waarop ik riep dat het míjn huis was en níet dat van hem en me luidkeels afvroeg hoe hij dúrfde zo’n toon tegen me aan te slaan. We begonnen elkaar vervolgens om de haverklap moedwillig te kwetsen, iets wat ik niet wilde maar toch deed en toeliet, en toen was het hek van de dam.

‘Het was een middelvinger naar mijn afkomst, een schande voor het universum’

Hoerenuniform

Ik was definitief klaar met hem op een zwoele Paaszaterdag toen ik hem diep in de nacht met veel kabaal en een verschrikkelijke lucht om zich heen de slaapkamer op zag komen. In een idioot nauwsluitende jurk, op rug en schouder ingescheurd, op de borst doordrenkt met iets wat leek op rode wijn. Hij boog zich over me heen, zijn adem rook naar kots en sperma, toen ik plotseling zag dat het mijn moeders favoriete zomerjurkje was dat was verworden tot een hoerenuniform, een oogverblindend kleurrijk zweetvod om een veel te prachtig dronken mannenlijf, een middelvinger naar mijn afkomst, een schande voor het universum.

Toen ik naar de badkamer ging om zelf over te geven, zag ik dat Francois op de keukentafel had gebraakt, over mijn boek dat opengeslagen naast de laptop lag. Ik dacht aan mijn moeder. In haar lievelingsjurk. En ik hoopte vurig dat er geen hemel bestond van waaruit zij nu dit afzichtelijke tafereel zou gadeslaan. Toch beloofde ik haar op dat moment plechtig dat ik deze jongeman per direct uit huis zou verwijderen. In feite heb ik dat pas weken later gedaan. Soms mis ik hem, nog steeds, zeker als ik hem zie en even spreek. Want hij is ook het mooiste wat me ooit is overkomen.

Wil jij jouw verhaal over een jammerlijk mislukte relatie ook in deze rubriek? Neem contact met ons op via: info@degaykrant.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.